top of page

Organisaties hebben geen AI-probleem. Ze hebben een contextprobleem.

  • Foto van schrijver: permento
    permento
  • 13 jul
  • 5 minuten om te lezen

AI ontwikkelt zich razendsnel. Organisaties investeren volop in Copilots, AI-assistenten en intelligente Agents. Vrijwel iedere strategische agenda bevat inmiddels een AI-paragraaf en de verwachtingen zijn hoog. AI moet organisaties productiever maken, medewerkers ondersteunen en processen slimmer inrichten.


Toch zien we in de praktijk dat veel organisaties moeite hebben om AI daadwerkelijk waarde te laten toevoegen aan hun dagelijkse operatie. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat AI iets nodig heeft waar de meeste organisaties verrassend weinig van hebben: context.


Een AI-model kan uitstekend schrijven, analyseren, redeneren en patronen herkennen. Maar één vraag kan het meestal niet beantwoorden: hoe werkt uw organisatie eigenlijk?

Dat is geen AI-probleem. Dat is een contextprobleem.



Organisaties weten vaak minder van zichzelf dan ze denken

Vraag een ervaren medewerker hoe een belangrijk werkproces verloopt en de kans is groot dat het antwoord niet begint met een procedure of een handleiding. Meestal begint het met een opmerking als: "Dat hangt ervan af..."


En precies in die woorden zit de essentie.


Het dagelijks functioneren van een organisatie wordt niet alleen bepaald door formele processen. Minstens zo belangrijk zijn de uitzonderingen, de afwegingen, de praktijkervaring, de samenwerking tussen collega's en de keuzes die ooit bewust zijn gemaakt. Die kennis leeft in de hoofden van medewerkers en in de dagelijkse praktijk. Ze is zelden volledig terug te vinden in procesbeschrijvingen of werkinstructies.


Juist deze combinatie van processen, ervaring, afspraken en besluitvorming bepaalt hoe een organisatie werkelijk functioneert. Dat is het collectieve geheugen van de organisatie. Misschien wel het meest waardevolle bezit dat een organisatie heeft, maar tegelijkertijd ook het minst zichtbare.


Het bijzondere moment waarop een organisatie zichzelf begrijpt

Er is echter één situatie waarin die verborgen kennis ineens zichtbaar wordt. Dat is niet tijdens de dagelijkse operatie, maar tijdens verandering. Wanneer een organisatie een nieuw EPD implementeert, een ERP-systeem vervangt, een fusie voorbereidt of processen opnieuw ontwerpt, worden vanzelfsprekende werkwijzen ineens onderwerp van gesprek. Processen worden stap voor stap uitgewerkt. Rollen worden opnieuw gedefinieerd. Uitzonderingen worden besproken. Risico's worden afgewogen. Testscenario's worden opgesteld. Trainingsprogramma's ontwikkeld. Werkafspraken expliciet gemaakt. Wat tijdens de dagelijkse operatie impliciet blijft, wordt tijdens een implementatie expliciet.


Dat is een bijzonder moment. Niet omdat er nieuwe software wordt ingevoerd, maar omdat de organisatie zichzelf opnieuw beschrijft. Er ontstaat een compleet beeld van hoe zij wil functioneren, waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en hoe mensen, processen en systemen met elkaar samenhangen.


Misschien is dat wel het meest waardevolle resultaat van een implementatie.


De grootste gemiste kans van digitale transformatie

Toch behandelen we deze kennis meestal alsof zij tijdelijk is.


Na een succesvolle livegang worden procesbeschrijvingen opgeslagen in SharePoint. Testdocumentatie verdwijnt in projectmappen. Trainingsmateriaal krijgt een eigen beheerproces. Handleidingen worden los onderhouden. Projectteams worden opgeheven en de mensen die alle ontwerpkeuzes hebben gemaakt, keren terug naar hun dagelijkse werkzaamheden.


Daarmee verdwijnt langzaam ook de samenhang.


De kennis is er nog wel, maar verspreid over documenten, systemen en mensen. De onderlinge relaties raken uit beeld. Nieuwe medewerkers moeten de organisatie opnieuw leren kennen. Bij een volgende implementatie worden dezelfde vragen opnieuw gesteld. Waarom doen we dit eigenlijk zo? Waarom is destijds voor deze werkwijze gekozen? Welke uitzonderingen gelden er?


De organisatie heeft zichzelf tijdens het project volledig uitgelegd, maar slaagt er niet in dat inzicht als één geheel te bewaren.


Dat is, wat ons betreft, de grootste gemiste kans van digitale transformatie.


Misschien beoordelen we implementaties op de verkeerde manier

Traditioneel wordt een implementatie als succesvol beschouwd wanneer het nieuwe systeem werkt, gebruikers zijn opgeleid en de organisatie zonder grote verstoringen live gaat.


Dat zijn belangrijke mijlpalen, maar ze vertellen slechts een deel van het verhaal.


Tijdens een implementatie ontstaat namelijk iets dat veel waardevoller is dan de verzameling documenten die uiteindelijk wordt opgeleverd. Er ontstaat inzicht in de manier waarop de organisatie werkt. Niet alleen welke handelingen medewerkers uitvoeren, maar ook waarom processen zijn ingericht zoals ze zijn, welke afhankelijkheden bestaan, welke rollen verantwoordelijk zijn en welke uitzonderingen onderdeel zijn van de dagelijkse praktijk.


Het gaat dus niet om de afzonderlijke documenten. Het gaat om de samenhang tussen al die kennis.


Wij noemen die samenhang Operating Context.


Operating Context is het geheel van processen, rollen, applicaties, besluiten, uitzonderingen, trainingen, testen en werkafspraken dat samen beschrijft hoe een organisatie daadwerkelijk functioneert.


Dat is precies de context die mensen iedere dag gebruiken om hun werk goed te kunnen doen. En het is dezelfde context die AI nodig heeft om organisaties echt te kunnen ondersteunen.


Waarom AI vooral context nodig heeft

De afgelopen jaren ging het AI-debat vooral over de mogelijkheden van de technologie. Kan AI teksten schrijven? Kan AI programmeren? Kan AI analyseren of redeneren?


Steeds vaker luidt het antwoord: ja. Maar daarmee ontstaat een veel belangrijkere vraag. Kan AI begrijpen hoe uw organisatie werkt? Niet hoe een EPD werkt. Niet hoe een ERP werkt. Maar waarom uw organisatie bewust afwijkt van een standaardproces. Welke controles verplicht zijn. Welke uitzonderingen acceptabel zijn. Welke werkafspraken belangrijker zijn dan de formele procedure. Welke afhankelijkheden bestaan tussen afdelingen.


Dat soort kennis staat vrijwel nooit op één plek. Niet omdat organisaties haar niet bezitten. Maar omdat zij haar niet als één geheel beheren.


AI heeft daarom niet in de eerste plaats behoefte aan méér documenten. AI heeft behoefte aan een betrouwbare, actuele en samenhangende contextlaag.


Dat verandert ook onze visie op Permento

Permento begon ooit met een duidelijke ambitie: organisaties helpen om nieuwe software sneller en beter te adopteren. Daarom ontwikkelden we interactieve guides, simulaties, workflows, testondersteuning en digitale werkplekondersteuning. Gaandeweg ontdekten we echter dat deze onderdelen samen iets veel groters vertegenwoordigen.


Een workflow beschrijft een proces. Een guide laat zien hoe een taak wordt uitgevoerd. Een simulatie helpt medewerkers oefenen. Een test valideert of een proces werkt. Werkplekondersteuning ondersteunt de uitvoering in de dagelijkse praktijk.


Op zichzelf zijn het losse middelen. Samen vormen zij een digitale beschrijving van hoe de organisatie werkt.


Daarmee veranderde ook onze eigen visie. Wij zien implementaties niet langer uitsluitend als projecten waarin software wordt ingevoerd. Wij zien ze als de momenten waarop een organisatie haar collectieve kennis expliciet maakt. Dat is kennis die niet na de livegang zou moeten verdwijnen, maar juist het fundament moet vormen voor continu leren, verbeteren en vernieuwen.


Van softwareadoptie naar Organizational Intelligence

Wij geloven daarom dat organisaties behoefte krijgen aan een nieuwe digitale laag.


Geen extra applicatie naast alle bestaande systemen, maar een verbindende laag die de context van de organisatie bewaart en onderhoudt. Een laag waarin processen, applicaties, rollen, trainingen, testen, beleid, werkplekondersteuning en toekomstige AI-agenten allemaal werken vanuit dezelfde gedeelde kennis.


Geen verzameling documenten. Geen traditionele kennisbank. Maar een levend model van de organisatie. Wij noemen dat Organizational Intelligence. Niet omdat AI intelligent wordt. Maar omdat organisaties eindelijk beschikken over een betrouwbare en blijvende representatie van hoe zij werkelijk functioneren.


De volgende stap

De afgelopen decennia draaide digitale transformatie vooral om systemen en data. Vandaag ligt de nadruk op AI. Wij denken dat de volgende stap fundamenteler is.


De volgende stap gaat over het vermogen van organisaties om hun eigen context vast te leggen, te onderhouden en voortdurend te verrijken. Want uiteindelijk zal niet de organisatie succesvol zijn die de meeste AI inzet. Succesvol wordt de organisatie die haar eigen kennis zo goed begrijpt dat mensen én AI daar samen op kunnen bouwen.


Daar zien wij de toekomst van Permento. Niet als leverancier van documentatie. Niet alleen als platform voor softwareadoptie. Maar als het Organizational Intelligence Platform dat organisaties helpt hun Operating Context op te bouwen, te onderhouden en beschikbaar te maken voor iedereen die eraan bijdraagt — mens én AI.

 

Opmerkingen


bottom of page